2025 was het jaar van de verontwaardiging over de overbevolking: nooit was er zoveel – en zo’n breed gedeeld – ongenoegen over de wantoestanden in ‘s lands gevangenissen. Het voorbije jaar ging van start met een lange reeks hoorzittingen in het federale parlement over de gevangeniscrisis en eindigde met een recordaantal grondslapers in overvolle cellen. We zijn intussen een maand ver in het nieuwe jaar en een oplossing blijft uit. Ook de Koning is het beu: “Menselijke waardigheid en de bescherming waarop burgers recht hebben, houden niet op aan de gevangenispoort”, zo merkte hij woensdag snedig op tijdens de nieuwjaarsreceptie van de ‘gestelde lichamen’ (DS 29 januari 2026).

Lichamen stapelen

Wat heeft de federale regering het afgelopen jaar ondernomen om de crisis te bezweren? Niet zo veel, zo blijkt. Na een lang en moeizaam proces kwam er voorbije zomer een noodwet tegen de overbevolking.  Die wet, zo voorspelden we al eerder, schiet schromelijk tekort, omdat ze tegengestelde doelen wil verzoenen: ze lijkt meer gericht op het “absorberen” van de “stock” aan niet-uitgevoerde straffen, dan op het daadwerkelijk terugdringen van mensen van vlees en bloed die niet thuishoren in overvolle cellen. In een recent advies bevestigt de Penitentiaire Beleidsraad dat de noodwet geen zoden aan de dijk heeft gezet in de strijd tegen de overbevoking: de cijfers tonen aan, aldus de Beleidsraad,  “…dat de noodwet de overbevolking niet alleen niet heeft kunnen terugdringen, maar zelfs niet heeft kunnen stabiliseren, aangezien de situatie in recordtempo achteruitgaat. In luttele maanden tijd is de crisis dan ook geëscaleerd naar een heuse humanitaire ramp”  (Advies n° 4, p. 2).

Wat nog?  Er kwam extra budget voor Justitie. Vorige week werd bekend dat een deel van die middelen besteed zal worden aan  300 extra plaatsen door wooncontainers te plaatsen op bestaande gevangenisterreinen (DS 23 januari 2026). Maar ook die noodcapaciteit – als de uitrol volgens plan verloopt – is een druppel op een hete plaat. En tot slot, er kwam een Commissie die zich buigt over de overbevolking.  Ze krijgt daarvoor ruim de tijd: de Commissie moet haar rapport tegen september 2028 afleveren.  In de nieuwe beleidsnota Justitie (21 januari 2026) wordt aangegeven dat de Commissie in 2026 prioritair zal werken rond voorlopige hechtenis, gedetineerden zonder recht op verblijf en rond prioriteiten van strafrechtelijk beleid (p. 73).

Bestaande adviesorganen gepasseerd

“Onze gevangenissen zijn tijdbommen”, zo klonk het bij ministers Vanessa Matz (Les Engagés) en Annelies Verlinden (CD&V) in de weekendkrant van De Standaard. Het was een boodschap die ze unisono brachten, maar met de handen in het haar: “Er is geen mirakeloplossing” (DS 23 januari 2026). Ook uit de nieuwe beleidsnota Justitie (21 januari 2026) blijkt dat we niet meteen beterschap mogen verwachten: er bestaat “geen eenvoudige of onmiddellijke oplossing” (p. 72).

Klopt dat? Een eenvoudige oplossing is er inderdaad niet, maar onmiddellijk handelen is weldegelijk mogelijk: de twee belangrijkste adviesorganen in ons land – de Centrale Toezichtsraad voor het Gevangeniswezen en de Penitentiaire Beleidsraad – hebben dat het voorbije jaar ook bij herhaling proberen duidelijk te maken.  In zijn meest recente (vierde) advies roept de Beleidsraad de regering bijvoorbeeld op om doortastende noodmaatregelen te nemen: (1) een uitbreiding van de vervroegde invrijheidstelling van 6 naar 12 maanden vóór strafeinde; (2) gebruik van de collectieve koninklijke genade; en (3) de invoering van een mechanisme voor automatische strafvermindering wegens overbevolking.  In datzelfde advies komt de Beleidsraad ook terug op zijn eerste advies over de overbevolking. Toen had de Beleidsraad de minister de hand gereikt om mee na te denken over de praktische uitvoering van een mechanisme om de gevangenispopulatie te reguleren. “Tot op heden is aan dat voorstel nog geen gevolg gegeven”, zo merkt de Beleidsraad nu op (p. 1).  De beleidsraad had de regering eerder (in zijn derde advies) geadviseerd om zich te bezinnen over nieuwe initiatieven die inzetten op méér opsluiting: de Beleidsraad is immers van mening  “…dat zolang de gevangenisbevolking niet tot houdbare proporties is teruggebracht, elk wetgevend initiatief dat de situatie nog erger kan maken omdat er wordt ingezet op meer vrijheidsbeneming, voor onbepaalde tijd moet worden uitgesteld” (p. 1). Maar ook dat advies, dat eigenlijk neerkomt op een moratorium op nieuwe wetgeving welke leidt tot meer vrijheidsbeneming, werd in de wind geslagen. 

De grote opsluiting

Waarom dat gebrek aan creativiteit en daadkracht in deze regering?  Het antwoord ligt voor de hand: omdat deze regeerploeg méér opsluiting wil en ook opnieuw méér van opsluiting verwacht. In weerwil van de ultimum remedium gedachte in het nieuwe strafwetboek en de sporadische oproepen dat we toch eens grondig moeten nadenken over de plaats van de vrijheidsstraf in ons straffenarsenaal, zindert toch vooral een hernieuwd geloof in de gevangenis door in het regeerakkoord en dus ook in het federale beleid van het afgelopen jaar: strafbaarstelling van ontsnapping en beschadigen enkelband; verplichte drugtesten en aangescherpte tuchtstraffen in gevangenissen; strafverzwaringen voor drugs- en wapencriminaliteit;  aanscherping van voorwaardelijke invrijheidstelling, uitgaansvergunning en penitentiair verlof; verstrengde aanpak mensenhandel en -smokkel, (online) seksueel geweld en doding in het verkeer; uitbreiding van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank, enzovoort. 

Minister Verlinden beseft dat ook wel: het feit dat er geen “eenvoudige of onmiddellijke oplossing” is voor de overbevolking, heeft vooral ook te maken met het feit dat het verlichten van de druk op de gevangenissen dient te gebeuren “in overeenstemming met het Regeerakkoord”, zo schrijft ze in haar beleidsnota (p. 72). En dat regeerakkoord heeft de gevangenis in het strafbeleid geherpositioneerd als instrument van afschrikking.  Om diezelfde reden is het misschien ook niet zo vreemd dat er rond de regeertafel getalmd wordt met een oplossing voor de grondslapers. Die leefomstandigheden liggen in lijn met het negentiende eeuwse Victoriaanse less eligibility principe, dat voorschreef dat de leefomstandigheden in de armenhuizen van een slechtere kwaliteit moesten zijn dan de omstandigheden waarin de laagste klassen in de vrije samenleving leefden. Ook daar stond afschrikking voorop: er moest te allen tijde vermeden worden dat luieriken de armenhuizen aantrekkelijker zouden gaan vinden dan loonarbeid.

Normalisering van de grondslapers

Het lijkt wel alsof we de afgelopen tijd de lat stelselmatig hebben verlaagd van wat we als menswaardige opsluiting beschouwen: humane detentie is enkel mogelijk “als de leefomstandigheden van de gedetineerden aanvaardbaar zijn en elke gedetineerde minstens over een bed beschikt”, zo stelt de beleidsnota Justitie (p. 74).  Dat we het voorbije jaar geen bed of ‘aanvaardbare’ leefomstandigheden – wat ‘aanvaardbaar’ ook mag betekenen hier  – konden of wilden garanderen, is in dat verband bijzonder betekenisvol en ontluisterend.

De oplossing voor de overbevolking vergt daarom een omkering van de vraagstelling.  In 1971 stelden Michel Foucault en zijn kompanen daarover het volgende, bij de oprichting van de Groupe d’Information sur les prisons (GIP): “On nous dit que les prisons sont surpeuplées. Mais si c’était la population qui était suremprisonnée?”  De gevangenissen zitten overvol, maar misschien zijn we ook teveel gebiologeerd door opsluiting?  Die vraag is overigens niet enkel hier aan de orde: we zien ook elders een hernieuwd geloof in meer opsluiten van mensen, van bijkomende capaciteit voor vreemdelingendetentie over voorstellen om de landloperswet nieuw leven in te blazen zodat overlast uit het straatbeeld verdwijnt tot gedwongen opname van zwangere vrouwen die kampen met een drugsverslaving.  Toen einde november 2025 een begrotingsakkoord werd bereikt, had premier De Wever het over  “een soort tweede regeerakkoord” (DS 24 november 2025). Eén jaar na de start van Arizona zou deze regeerploeg er niet slecht aan doen om het hoofdstuk over Justitie daadwerkelijk te herschrijven.

Leave a comment